Middellange Wandeling: Korte en Lange Duinen



Datum/Tijd: do 22 februari 2024, 09:00 - 13:00

Een wandeling van zo’n tien kilometer door bos en over zandvlaktes. Overwegend vlak, maar een paar kleine heuveltjes en soms rul zand.

We verzamelen bij centraal station Amersfoort rond 9.00 om daar om 9:06 buslijn 70 van Syntus, richting Soest te nemen. Waarschijnlijk vanaf Platform A. Bij de derde halte, (Daam Fockemalaan) tegenover de Kabouterhut, stappen we alweer uit, om 9:12. Zo sparen we de saaie wandeling langs de Bachman Wuytierlaan uit.  Als je uit Soest komt, kun je natuurlijk ook direct naar deze halte gaan. Laat dat dan s.v.p. even weten.

Vanaf dit punt steken we de weg over en gaan we het bos in, achterlangs de dierentuin en, later, langs camping ‘t Monickenbosch. We komen bij de Korte Duinen, de kleinste van de twee zandverstuivingen tussen Amersfoort en Soest.  Dan weer door het bos naar de provinciale weg, de N413, waar we bij restaurent De Soesterduinen pauzeren.  Hierna op weg naar de Lange Duinen, veel groter dan de Korte Duinen, met talloze amper zichtbare paden door het zand en langs de randen. Tenslotte komen we bij de spoorlijn Soest-Utrecht en die volgen we min of meer, om te eindigen bij het station Soest Zuid. Daar nemen we (b.v. om 12:44) weer lijn 70, maar nu de andere kant op. Die brengt ons snel terug naar Amersfoort Centraal.

De wandeling wordt begeleid door Martin de Graaf. Laten we het weer goed in de gaten houden en bij twijfel contact hebben, vlak voor de 22ste,  via  martindegraaf@gmail.com of 06 41 87 13 99.  Als weer echt slecht lijkt te worden, krijg je in de loop van woensdag 21/2 een mailtje om de wandeling af te zeggen.

Aanmelden vanaf 25 januari, via het aanmeldformulier, dat dan hieronder verschijnt.
Bij teveel aanmeldingen kun je desgewenst op de reservelijst.

Over de Korte en Lange Duinen

Het zand van de duinen stamt uit de laatste ijstijd. In de voorlaatste ijstijd  zijn de stuwwallen gevormd, zoals de Utrechtse Heuvelrug, het Gooi en de tussenliggende geïsoleerde stuwwalheuvels van Baarn, Soest en de Lage Vuursche. In de laatste ijstijd  kwam het landijs niet in Nederland, maar was het wel zeer koud. Er lag veel zand in de riviervlaktes en op de drooggevallen Noordzeebodem. Door de strenge koude was de begroeiing schaars en kreeg de wind gemakkelijk vat op het droge zand. De overheersende westenwinden transporteerden het zand massaal landinwaarts en legde het daar als een deken over het bestaande landschap heen. Het zand wordt daarom dekzand genoemd.

Rondom de stuwwallen ligt dit dekzand nog steeds aan de oppervlakte. In de laatste ruim 11.000 jaar is het klimaat in ons land aanzienlijk warmer geworden. De begroeiing werd dichter, waardoor massaal zandtransport niet meer mogelijk was. Ook de schrale zandgronden van de stuwwal en het omzomende dekzand raakten geleidelijk aan begroeid. In de middeleeuwen waren de hogere, veelal beboste, zandgronden bij de boeren in gebruik. Hier konden ze hun schapen laten grazen. De mest van de schapen maakte het mogelijk om de akkers vruchtbaar te maken. Het bos veranderde door de schaapskudden geleidelijk in een heidelandschap. Door het steken van plaggen op de heide voor de schaapskooien en door overbeweiding kwamen flinke stukken zand kaal te liggen.

Het dekzand begon plaatselijk te verstuiven. Uiteindelijk is daardoor op de hogere en drogere dekzandgronden, direct onderlangs de stuwwallen, een vrijwel aaneengesloten zone van stuifzanden ontstaan. Terwijl het dekzand over zeer uitgestrekte gebieden is afgezet, heeft het stuifzand een meer lokaal karakter omdat het over kleinere afstanden is verplaatst. De hoogteverschillen in een stuifzandgebied zijn groter dan in het meer golvende dekzandlandschap.

Bron: www.geologievannederland.nl/landschap/geologische-locaties/de-lange-en-de-korte-duinen.


Deze activiteit is al geweest
Design: Pixelliquid | Techniek: Kleine Stappen